Van meningen tot gedegen onderbouwde adviezen.
Bij belangenbehartiging zijn veel verschillende ervaringsdeskundigen nodig.

Inspraak door ervaringsdeskundigen

Kwetsbaar en krachtig

Het opstellen van beleid, is niet eenvoudig. Mensen zijn divers en hun wensen ook. Behoeften van mensen zijn sterk door hun individuele omstandigheden bepaald en daarom zeer verschillend. Allerlei meningen, ervaringen, verlangens en voorkeuren spelen mee. Niemand kan voor een ander bepalen wat hij of zij nodig heeft. 

Ervaringsdeskundigen willen aandacht voor de zaken die hen in het dagelijks leven bezighouden. Maar in het openbaar spreken over dromen en verlangens is niet voor iedereen makkelijk. Het opkomen voor belangen van ‘kwetsbare burgers’ vereist dat ervaringsdeskundige vertegenwoordigers in gesprek raken met de mensen die een belangrijke rol hebben in het bepalen van het beleid. Overleg met ambtenaren, wethouders of leidinggevend personeel van instellingen kan een lastige opgave zijn, alleen al omdat de uitkomsten van het overleg zich meestal niet onmiddellijk ‘uitbetalen’ in zichtbare resultaten.

Het vraagt naast een zorgvuldige afstemming met collega-woordvoerders ook een goede voorbereiding. Dan nog gebeurt er tijdens het gesprek altijd wel iets dat niet was voorbereid. Toch is het zo dat belangenbehartiging alleen maar slaagt als de onbekende, kwetsbare verhalen steeds opnieuw worden verteld. Daarmee is belangenbehartiging een voortdurend bewegen tussen de kwetsbaarheid van ervaringsdeskundigen en de inhoudelijke en creatieve kracht van deze vertegenwoordigers.

Diverse vormen van cliëntenparticipatie

Gemeenten hebben Adviesraden waar ervaringsdeskundigen in zitten. Ze houden voorlichtingsavonden en organiseren andere inspraakmogelijkheden waarbij ervaringsdeskundigen kunnen reageren op voorgesteld beleid. Cliëntenparticipatie bestaat uit een combinatie van dit soort formele en informele participatie.
Onder formele cliëntenparticipatie valt alles dat is opgenomen in de officiële inspraakverordeningen. Het gaat bijvoorbeeld om de beschrijving van de wijze waarop de gemeente de organisaties van burgers op een gestructureerde manier betrekt  bij de Wmo, inclusie, sociale zaken en andere beleidsterreinen. Ook contacten met cliëntenorganisaties kunnen op structurele wijze plaatsvinden, of een terugkerend onderzoek onder cliënten. 
Informele belangenbehartiging omvat alle niet-officiële vormen van inspraak en belangenbehartiging, van informele overleggen en lobbyen tot het inspreken bij een commissievergadering en een handtekeningenactie. 

De beide vormen vullen elkaar aan en versterken elkaar. Een vertegenwoordiger in een adviesraad heeft namelijk contact met zijn achterban nodig voor het bepalen van standpunten en het verzamelen van onderwerpen die hij zelf in kan brengen. Aan de andere kant heeft deze achterban niet voldoende aan informele belangenbehartiging als zij adviezen wil geven aan de beleidsambtenaar of de politiek wil beïnvloeden. Zij hebben een vertegenwoordiger nodig die hun standpunten in kan brengen in de formele inspraakorganen. Tijdens het hele traject bij het opstellen van beleid is het nuttig om een combinatie te hebben van formele en informele cliëntenparticipatie. 

De begrippen lijken op elkaar

Burgerparticipatie
Activiteiten van de overheid om burgers te betrekken bij haar activiteiten, dus niet alleen gebruikers van zorg- en welzijn.

Cliëntenparticipatie
Collectieve belangenbehartiging, waarbij ervaringsdeskundigen inbreng hebben bij beleidszaken.

Participatie van cliënten
Mensen (cliënten) zijn actief en doen mee in de samenleving. 

Cliëntenondersteuning
De ondersteuning van individuele cliënten

Participatieladder inspraak

De mate van invloed kan worden weergegeven als een participatieladder. Hoe hoger op de participatieladder, hoe meer verantwoordelijkheid de gemeente uit handen geeft en hoe groter de zeggenschap. 

1. Informeren

De gemeente informeert de burgers en cliënten, maar geeft ze verder geen inbreng. De gemeente bepaalt de agenda vanaf het begin tot het eind. Voorbeelden hiervan zijn het organiseren van informatieavonden of het verspreiden van informatie in huis-aan-huisbladen. 

2. Raadplegen

De gemeente beschouwt de ervaringsdeskundigen als gesprekspartner, maar verbindt zich niet aan de uitkomsten van de gesprekken. Denk hierbij aan groepsgesprekken, inspraakavonden, hoorzittingen en debatten.

3. Adviseren

De gemeente betrekt de ervaringsdeskundigen bij het opstellen van de agenda. Ervaringsdeskundigen kunnen zelf problemen en mogelijke oplossingen aandragen. De gemeente verbindt zich in principe aan de adviezen, maar kan daar bij de besluitvorming beargumenteerd van afwijken. Adviesraden en expertmeetings zijn hiervan voorbeelden.

4. Coproduceren 

Gemeente en ervaringsdeskundigen bepalen gezamenlijk de agenda en zoeken samen naar oplossingen. De gemeente verbindt zich in principe aan deze oplossingen. Voorbeelden hiervan zijn stuurgroepen of het vastleggen van afspraken in een convenant. 

5. Meebeslissen

De gemeente stelt de randvoorwaarden waarbinnen de ervaringsdeskundigen zelf de beleidsvorming bepalen. Ambtenaren hebben een adviserende rol.

Samengevat: hoe hoger het participatieniveau, hoe eerder en directer ervaringsdeskundigen bij de beleidsontwikkeling worden betrokken en hoe meer de gemeente zich verbindt aan de adviezen van cliënten.

Daarnaast hebben ervaringsdeskundigen altijd de mogelijkheid om een inbreng te hebben in het politieke besluitvormingsproces (bijvoorbeeld inspreken bij raadscommissies).

Welk participatieniveau is het meest geschikt?

 informerenraadplegenadviserencoproducerenmeebeslissen
Invloedgeenweiniggedeeldgedeeldgedeeld
Verantwoordelijkheidgeengeengeenwelwel
Inzetweinigmatigveel / professioneelveel / professioneelveel

Wanneer ervaringsdeskundigen meepraten en meebeslissen, hebben zij meer invloed op dat beleid. De inbreng is niet zichtbaar voor anderen. Ervaringsdeskundigen kunnen daardoor uiteindelijk als medeverantwoordelijk worden gezien voor beleid waar ze niet achter staan. Door hun nauwe betrokkenheid bij de totstandkoming van het beleid is het dan moeilijk om dit beleid achteraf af te vallen. 

Op lagere participatieniveaus kunnen ervaringsdeskundigen achteraf wel afstand nemen van beleid, omdat zij de verantwoordelijkheid voor beleidskeuzen aan de gemeente hebben overgelaten.

Vergoeding

Naarmate de invloed van ervaringsdeskundigen toeneemt, wordt er ook een andere inbreng van hen verwacht. Op de hogere participatieniveaus zullen ervaringsdeskundigen vaker aan overleggen deelnemen, meer beleidsstukken lezen en becommentariëren en vaker met beroepskrachten om de tafel zitten. Dat betekent dat er een groter beroep wordt gedaan op menskracht, vaardigheden, kennis en tijd. De kwaliteit van de adviezen is vaak vergelijkbaar met het werk van andere ingehuurde consultants. Op dit niveau is een vrijwilligersvergoeding niet meer voldoende, er is sprake van professioneel inzet van ervaringsdeskundigheid.


Valkuilen

Een valkuil bij alle vormen van participatie kan zijn dat – door regelmatig contact met de gemeente – er teveel begrip ontstaat voor de argumenten van de gemeente en de belangen van de achterban niet meer scherp genoeg in beeld zijn.

Daarnaast is het van belang dat de gemeente zich realiseert dat zij in contacten met vrijwillige belangenbehartigers zorgt dat iedereen elkaar begrijpt. De vrijwilligers zullen niet altijd dezelfde taal spreken als een gemeente.

De gemeente zal zo haar eigen afwegingen maken over het gewenste niveau van cliëntenparticipatie. Zo kan een gemeente negatieve verwachtingen hebben op grond van eerdere ongunstige ervaringen met cliëntenparticipatie. Ze zal dan huiverig zijn om verantwoordelijkheid uit handen te geven en kiezen voor een van de lagere participatieniveaus. Begeleiding en training voor de ervaringsdeskundigen kan deze angst wegnemen.