Twee mensen overleggen

Zowel in beleid als op de werkvloer is veel vraag naar ervaringsdeskundigen. 
Wát er precies mee bedoeld wordt met ‘een ervaringsdeskundige’ is niet altijd duidelijk.

‘Ervaringsdeskundige’ is een verzamelterm

Veel mensen zetten hun ervaringen in om anderen te helpen. In een patiëntenorganisatie, als voorlichter of belangenbehartiger. Of gewoon, in het dagelijkse contact met de mensen om hen heen. Dat zou ‘Ervaringsdeskundige’ kunnen heten, maar over die naam is veel discussie.

In de Nederlandse spreektaal betekent ervaringsdeskundig ‘deskundig door ervaring’.
Sommige mensen vinden dat je pas ervaringsdeskundig bent na het volgen van de opleiding. Ervaringsdeskundige is dan de naam van het beroep dat je daarna kan uitoefenen.

Door de verschillende betekenissen van het woord ‘ervaringsdeskundige’, ontstaat onduidelijkheid. Mensen denken dat ze elkaar begrijpen, maar kunnen iets totaal anders verstaan onder dit begrip.

Verschillende soorten ervaringsdeskundigen

1. Ervaringsdeskundige is de naam van een beroep.

2. Een ervaringsdeskundige is iemand die de opleiding tot ervaringsdeskundige heeft afgerond.

3. Een ervaringsdeskundige is iemand iets zelf heeft meegemaakt.

4. Een ervaringsdeskundige is iemand die jou begrijpt omdat hij of zij hetzelfde heeft meegemaakt en heeft geleerd dit deskundig in te zetten.

5. Een ervaringsdeskundige is een adviseur of belangenbehartiger met praktijkkennis

Definitie van ervaringsdeskundige in het woordenboek en op Wikipedia:

Een ervaringsdeskundige is ‘iemand die door ervaring deskundig is geworden op een bepaald terrein, die iets weet doordat hij het heeft meegemaakt’

“Wat is het verschil tussen een ervaringsdeskundige en een belangenbehartiger?
Het adviespunt Ervaringsdeskundigheid is deskundig over de ervaringsdeskundigen die belangenbehartiger zijn. Ze schrijven
“Als ervaringsdeskundige zet je je eigen ervaring centraal. Als belangenbehartiger gebruik je de gedeelde ervaringen van een groep mensen op strategische wijze. Belangenbehartigers spreken namens een groep mensen met een chronische ziekte of beperking. Je bent als belangenbehartiger een volwaardige gesprekspartner van bestuurders en politici. Bij deze overleggen is de inbreng van ervaringsdeskundigheid een essentieel onderdeel.”
Wat is het verschil tussen een Ervaringswerker en een Ervaringsdeskundige?
Elke ervaringswerker is ervaringsdeskundige, maar niet elke ervaringsdeskundige is ervaringswerker.
Een ervaringswerker is iemand die werkt in de zorg, en daarbij zijn ervaringsdeskundigheid inzet om cliënten te ondersteunen. Binnen dat werk worden de woorden ervaringswerker en ervaringsdeskundige door elkaar gebruikt.

“De vraag is niet OF iemand een ervaringsdeskundige is,
maar WAT VOOR ervaringsdeskundige iemand is”

Definities van ervaringsdeskundigheid

De definities zijn vooral vanuit de GGZ-sector uitgewerkt.

De definitie voor ervaringsdeskundigheid in het Beroepscompetentieprofiel : “Ervaringsdeskundigheid is het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel

Movisie beschrijft in de notitie ‘Ervaringsdeskundige in de wijk’: Ervaringsdeskundigheid, dat is ‘deskundigheid op het gebied van ervaring’.

In een andere publicatie van Movisie, Ervaringsdeskundigen in het sociaal domein, staat: “Een ervaringsdeskundige is iemand die op basis van persoonlijke en collectieve ervaringskennis in staat is deze kennis, in welke vorm dan ook, door te geven aan anderen.”

Het ontstaan van verschillende visies op ervaringsdeskundigheid

Het Genootschap Onze Taal beschrijft de ontwikkeling van het begrip Ervaringsdeskundige:

Wat is een ervaringsdeskundige?

Ervaringsdeskundige is nog een vrij nieuw woord; het is waarschijnlijk rond 1980 ontstaan.
Begin jaren tachtig werd het al enkele keren in kranten gebruikt: in 1982 stond in Het Vrije Volk het woord ervaringsdeskundigheid, en in 1983 stond ervaringsdeskundige in het Nederlands Dagblad.
Ruim tien jaar later werd ervaringsdeskundige voor het eerst besproken in een taalboek, namelijk Nieuwlands: de jongste taalaanwinsten van Frank Jansen en Hubert Roza uit 1995, waarin enkele honderden neologismen uit de eerste helft van de jaren negentig op een rij worden gezet. De omschrijving luidt: “persoon wiens autoriteit op een bepaald gebied niet stoelt op beroepsmatig verworven kennis, maar op de eigen ervaring”, oftewel: iemand die ergens door eigen ervaring deskundig in is geworden.
Het woord staat sinds 1999 in de grote Van Dale; ook de meeste andere moderne woordenboeken vermelden het.

Ervaringsdeskundigen ontwikkelden zich binnen elke sector anders.
In de GGZ werd het met de introductie van HEE-team (Herstel, Empowerment, Ervaringsdeskundigheid) gekoppeld aan de herstelbeweging. Er kwamen steeds meer betaalde ervaringsdeskundigen. In eerste instantie hadden zij de functie van ‘Luis in de Pels’ en noemden zij zich vaak Ervaringswerker. Later gingen zij steeds vaker in de hulpverlening werken als ‘hoopverlener’.

Voor dit beroep Ervaringsdeskundige in de GGZ (Ervaringswerker), zijn competenties ontwikkeld. De groei van het aantal beroepsopleidingen maakt dat deze competenties een steeds bekendere invulling van het woord ‘Ervaringsdeskundige’ zijn geworden. Soms wordt een beroepsopleiding inmiddels als voorwaarde gesteld om jezelf ervaringsdeskundig te mogen noemen.

Vanuit cliëntenperspectief is dit niet gewenst. ‘Jij bent geen ervaringsdeskundige, want je hebt geen opleiding’ sluit mensen buiten, terwijl juist ervaringsdeskundigen voor ínclusie zijn.

Lees verder in het Handboek Ervaringsdeskundigheid