Ervaringsdeskundigen komen op voor de belangen van zichzelf en anderen.
Het effect hiervan is afhankelijk van de gekozen werkwijze.

Effectieve belangenbehartiging

Voor ervaringsdeskundige belangenbehartigers is het vaak frustrerend als ze merken dat er niets veranderd door hun inbreng. Sommige mensen blijven jarenlang hameren op hetzelfde onderwerp, zonder resultaat.
Veranderen van strategie is dan zinvol. Door je stem doelgericht te laten horen, zal je meer bereiken. Zorg voor  de juiste inbreng, op het juiste moment, bij de juiste persoon. Hoe beter je aansluit bij de beleidscyclus, hoe groter het effect van je inbreng zal zijn. In elke fase van de beleidscyclus, is daarvoor iets anders nodig.

Door beleid op te stellen leggen gemeenten en organisaties vast hoe ze gaan werken. In het beleid staan doelen beschreven en hoe die bereikt moeten worden. Belangenbehartiging gaat daarom altijd over de beïnvloeding van beleid.

Aansluiten bij de beleidscyclus

Het opstellen van beleid draait om het maken van keuzes. Wat wel of niet kan is afhankelijk van geld, maar ook van de wensen van alle betrokkenen. Een instelling of gemeente heeft meestal te maken met meerdere groepen mensen, die allemaal andere belangen hebben. Het maken van keuzes gaat gestructureerd, zodat alle informatie aan bod kan komen. Vergelijk het met koken.

We werken het uit voor belangenbehartigers die vanuit het VN-verdrag beperking werken aan een inclusieve samenleving. 

1.    Onderwerpen kiezen

De gemeente is verplicht om het VN-verdrag in te gaan voeren. Je kan bij de gemeente de plannen hiervoor navragen. Zijn ze al bezig of gaan ze beginnen? Een ambtenaar krijgt de opdracht om dit beleid voor te bereiden. Als je weet welke personen dit zijn, kan je direct met hen praten. 
De adviesraden van de gemeente leveren hun bijdrage. Als ervaringsdeskundige kan je helpen door zelf punten aan te dragen via deze adviesraden, of door het organiseren van contacten tussen de gemeente en cliënten. Denk bijvoorbeeld aan een themabijeenkomst waar de wethouder uitgenodigd wordt of werkbezoeken.   


Als er nog geen plannen, moet je eerst zorgen dat het onderwerp op de agenda komt. Blijf zoeken tot je medestanders hebt. Er zijn meerdere wethouders die over het onderwerp gaan. Benader hen. Denk ook aan gemeenteraadsleden en de politieke partijen in jouw gemeente. Vraag na of de gemeenteraad een griffier heeft die je hierbij kan helpen. 

Het helpt in deze fase als je laat weten hoe belangrijk het is en je ideeën naar voren te brengen. Beoordeel wat daarvoor nodig is. Sommige gesprekspartners reageren beter op een emotioneel verhaal, anderen op de opmerking dat het verplicht is. Vertel je verhaal en laat merken hoe moeilijk het leven met een beperking kan zijn. Vertel ook over problemen waar andere mensen met een beperking tegenaan lopen. En wijs erop dat het verplicht is. 

Het kan zijn dat de periode van inventarisatie of visievorming wordt afgesloten met een startnotitie die aan de gemeenteraad wordt voorgelegd en die weer als basis zal dienen voor het concept beleidsplan. In dat geval gelden de gewone, officiële, inspraakprocedures. 

2. Informatie verzamelen

De gemeente inventariseert ervaringen en informatie om het beleid later op te kunnen baseren. Een wethouder is verantwoordelijk voor de LIA. Wat gaat er goed in de gemeente en wat juist niet? Tegen welke drempels lopen mensen met een beperking aan? Door jouw eigen ervaringen te vertellen kan je hen beter laten begrijpen hoe het is om te leven met een beperking. En je kan hen aansporen om veel navraag te doen bij andere ervaringsdeskundigen. Zorg dat ze met álle beperkingen rekening houden. Lichamelijk, verstandelijk, zintuiglijk, psychisch.

3. Beleid opstellen

In deze stap stelt de gemeente een concept beleidsplan. De wethouder kiest uit alle informatie de onderwerpen die de gemeente gaat aanpakken. Dan gaan ze zoeken naar oplossingen. Wat is er nodig om de situatie te verbeteren? Wat is er mogelijk? Ze moeten met veel mensen en meningen rekening houden. Soms zijn er inspraakavonden die je kan bezoeken. Je kan ook rechtstreeks met de ambtenaar en/of de wethouder (proberen te) praten. 

In deze fase bereik je het meeste met feitelijke informatie. Geef cijfers en reik oplossingen aan. Wijs op voorbeelden die je kent uit andere gemeenten. Jouw persoonlijke verhaal is nu minder belangrijk. Zie jezelf als een vertegenwoordiger van alle andere inwoners met een beperking. Zet je ervaringsdeskundigheid in om duidelijk te maken hoe de nieuwe plannen in de praktijk uit zullen pakken. Soms kan je dat ook over andere beperkingen doen. Als dat niet goed kunt overbrengen, zorg dan dat de gemeente gaat zoeken naar iemand met die specifieke ervaringsdeskundigheid. 

Het concept beleidsplan wordt voorgelegd aan allerlei groepen die er op mogen reageren. De adviesraad en cliëntenorganisaties moeten voldoende tijd krijgen om de stukken intern en met hun achterban te bespreken en te becommentariëren. Maak hierover zonodig afspraken.Dring erop aan dat organisaties van ervaringsdeskundigen er advies over mogen geven. Indien de gemeente dat niet wil doen, kan je altijd nog gebruik maken van het inspreekrecht als burger van de gemeente.

4. Beleid vaststellen

In deze stap worden de puntjes op de i gezet van het beleidsplan. De wethouder stuurt het rapport naar de gemeenteraad. Die bespreekt het eerst in een commissie. Die stellen soms wijzigingen voor. Daarna moet de gemeenteraad de LIA vaststellen. 

Laat de leden van deze commissie weten wat je van het voorstel vindt. Dat kan vooraf en vaak ook door ‘in te spreken’ tijdens de commissievergadering. Hoe concreter je bent, hoe beter. Als je echt iets wilt veranderen, moet je zorgen dat de gemeenteraadsleden weten wat en waarom. Zoek naar gemeenteraadsleden die het ook belangrijk vinden. Misschien raakt zo’n raadslid erg gemotiveerd als hij of zij jouw ervaringsverhaal hoort. 

5. Uitvoering

De wethouder moet zorgen dat er nu écht iets gaat veranderen. Om het beleid uit te voeren, maakt hij afspraken met anderen. Het beleid wordt uitgevoerd door aanbieders van zorg en welzijn. Nieuw beleid heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen; er moeten afspraken gemaakt worden over binnen welke termijn welke resultaten geboekt zijn. Dan is het van belang dat er voorlichting gegeven is en wordt over regelingen en voorzieningen aan (potentiële) ervaringsdeskundigen en dat er klachtenregelingen zijn. 

Blijf volgen wat er gebeurt. Vraag aandacht als het beleid in de praktijk niet goed blijkt te werken. Inventariseer ervaringen met het nieuwe beleid, zodat de evaluatie plaats kan vinden aan de hand van feitelijke informatie. 

Evaluatie 

De gemeente evalueert vaak pas na een aantal jaar. Zorg dat ze dan voldoende informatie hebben over hoe het beleid uitpakt voor de mensen om wie het gaat. 

Het is van belang dat cliëntenorganisatie betrokken zijn bij de evaluatie. Zij kunnen bijvoorbeeld punten aandragen, die volgens hen geëvalueerd dienen te worden. Cliëntenorganisaties kunnen ook een bijeenkomst voor hun achterban organiseren om ervaringen te horen en op basis daarvan met verbetervoorstellen komen.