Niveaus van ervaringsdeskundigheid

In het brede veld ‘ervaringsdeskundige’ zijn veel verschillende kwaliteiten nodig, ook van mensen die daarvoor geen opleiding gevolgd hebben. Dat wil niet zeggen dat elke ervaringsdeskundige evenveel kan en weet.

Er is onderscheid te maken tussen ‘niveaus van ervaringsdeskundigheid’. Een belangrijke vraag daarbij is of iemand voldoende kennis en vaardigheden heeft voor het (vrijwilligers)werk dat hij of zij doet en vanuit welke visie en attitude dit gebeurd.

Beroepsniveaus zorg- en welzijnssector

In de beroepsuitoefening worden vaak vier niveaus onderscheiden, waarbij A het laagste en D het hoogste niveau is. De beroepenkolom van de ervaringsdeskundige in de zorg onderscheidt alleen niveau B t/m D.

Niveau B

is een ervaringsdeskundige die zich voornamelijk richt op cliëntgebonden taken. De meeste taken voert hij zelfstandig uit en hij draagt daarbij eigen verantwoordelijkheid. Bij het begeleiden van mensen bij herstel in groepsverband en bij het geven van voor- lichting over ervaringsdeskundigheid binnen en buiten de ggz werkt hij met duidelijke instructies, draaiboeken en werkafspraken of combinaties daarvan. Bij voorkeur bege- leidt hij groepen en geeft voorlichting samen met een collega van een hoger niveau.

Niveau C

is een ervaringsdeskundige die zich voornamelijk richt op cliëntgebonden taken en hier- binnen zelfstandig werkt en verantwoordelijkheid draagt voor de organisatie van erva- ringsdeskundige ondersteuning van individuele cliënten en groepen. In zijn werk maakt hij gebruik van formats en draaiboeken en combinaties hiervan. Af en toe zal hij nieuwe werkwijzen moeten be- denken.

De ervaringsdeskundige C geeft diverse trainin- gen en cursussen volgens bepaalde formats en kan groepsactiviteiten begeleiden samen met een minder ervaren collega.

Niveau D

is een ervaringsdeskundige die in staat is volledige zelfstandigheid en verantwoordelijkheid te dragen over cliëntgebonden, professiegebonden en organisatiegebonden taken. Zwaartepunt in zijn werk ligt vooral op organisatorisch- of beleidsniveau, bij de organisatie en regie van herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid, waarbinnen hij tevens collega’s schoolt en feed- back geven.

Niveaus van ervaringsdeskundigheid bij belangenbehartiging

Ervaringsdeskundigen die zich inzetten om beleid te verbeteren, noemen we belangenbehartigers. Opkomen voor belangen van jezelf of anderen kan op vele manieren.

Voor elk soort belangenbehartiging en elke stap in een beleidscyclus is een ander niveau van ervaringsdeskundigheid bruikbaar.

Ervaringsdeskundigen die dicht bij hun eigen ervaringen staan, zijn belangrijk om aandacht en steun voor een bepaald onderwerp te krijgen. Ze kunnen hun verhaal vertellen met een diepe emotie die anderen in hun hart kan raken. Deze ervaringen maken duidelijk tegen welke problemen mensen aanlopen en dat zal anderen motiveren om hier oplossingen voor te gaan zoeken. Voor het oplossen van deze problemen zal beleid gemaakt worden. De inbreng van ervaringsdeskundigen kan zorgen dat dit effectief en uitvoerbaar zal zijn. Hiervoor zijn wel ervaringsdeskundigen nodig die met meer afstand, kennis en inzicht kunnen adviseren.

Wanneer ervaringsdeskundigen belangen behartigen is het belangrijk om te weten namens of voor wie zij dat doen. Soms gaat het om individuele doelen, voor de ervaringsdeskundige zelf of voor een ander. Belangenbehartiging zal ook vaak gaan over bredere belangen. Een ervaringsdeskundige die zijn persoonlijke verhaal verteld kan daarbij veel inzicht geven, zeker als het individuele voorbeeld gekoppeld wordt aan uitleg over ervaringen van andere mensen. Het is belangrijk om te weten of iemand alleen voor zichzelf praat of dat het een vertegenwoordiger van een groep is.

Binnen formele adviesorganen, zoals een cliëntenraad of WMO-raad, is het gebruikelijk dat ervaringsdeskundigen trainingen aangeboden krijgen om hun werk beter uit te kunnen voeren. Andere ervaringsdeskundigen kunnen gebruik maken van individuele trainingen om belangen effectief te leren behartigen.

Indeling niveaus bij belangenbehartiging

Aansluitend bij de beroepsniveaus kan ook voor de belangenbehartiging een indeling in niveaus gemaakt worden.

Ervaringsdeskundige A

Dit is iedereen die eigen praktijkervaring over een bepaald onderwerp in kan brengen. De overheid en instellingen kunnen gebruik maken van deze ervaringsdeskundigen bij het verzamelen van informatie, het inventariseren van knelpunten en bij evaluaties zijn deze ervaringen waardevol. Op eigen initiatief kunnen zij veel bereiken door aandacht voor hun problemen te vragen en deze op de agenda te zetten.

Ervaringsdeskundige B

De ervaringsdeskundigen die anderen vertegenwoordigt en direct contact met deze achterban heeft. Zij vormen de verbinding tussen beleid en prakijk. Deze ervaringsdeskundigen zitten vaak in de formele adviesorganen (bijvoorbeeld de cliëntenraad) of lobbyen namen een cliëntenorganisatie. Afhankelijk van de gevolgde trainingen en eigen competenties zijn zij meer of minder in staat om beleidsmatige inbreng te leveren.

Ervaringsdeskundige C

Professionele lobbyisten, beleidsmedewerkers en anderen die op beleidsniveau beleid ontwikkelen of hier over adviseren. Deze ervaringsdeskundigen werken vaak voor een cliëntenorganisatie of als ZZP-er.