Als stress niet stopt.

Tekst: Inki de Jonge / Foto: Nienke Maat / Bron: Dagblad van het Noorden

Het begon met pesten. Natuurlijk. Iedere keer als de 6-jarige Chantal Doornbosch in Finsterwolde naar school fietste, wist ze wat er straks zou gebeuren, in de klas. Hoe ze daar in haar eentje in de kring zou zitten, verkrampt op haar stoel om zich heen kijkend, te bang om iets te zeggen, te bang om haar klasgenootjes aan te raken. Dan werden ze boos. Waarom wist ze niet. Maar het was nou eenmaal zo.
Een buitenbeentje was ze, the odd one out, zo’n meisje met wie de klas wel raad wist. ,,Iedereen had vriendjes’’, zegt ze. ,,Ik niet. Ik wist niet hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. Ik werd geregeld in elkaar geslagen. ‘Mep toch van je af’, zeiden mijn ouders. Maar dat durfde ik niet. De meesters en juffen zouden opletten, maar deden niets. En in groep acht ben ik een keer gefilmd terwijl ik gepest werd, toen werd het helemaal erg.’’
Geminachte kinderen ontwikkelen vaak twee manieren om met hun sociale status om te gaan: óf ze denken ‘wacht maar, stelletje sukkels, ik ga jullie later allemaal verslaan’ en worden vervolgens beroemd zanger/ schrijfster/ schilder/ succesvol advocaat/ steenrijke zakenman om vanaf de toppen van victorie zegevierend terug te blikken op de losers uit je jeugd. Óf – en dat komt helaas ook vaak voor – ze gaan hun pesters geloven.
En dat deed Chantal.
Op de middelbare school ontwikkelde de nieuwe klas al snel een fijnbesnaard gevoel voor de zwakste schakel, en dus de makkelijkste prooi in de groep: Chantal. Dus ging het pesten gewoon door. ,,En ik gaf ze op den duur gewoon gelijk’’, zegt Chantal, terugblikkend.

GOOTSTEENONTSTOPPER

Ze werd depressief. Vond zichzelf lelijk en dik. Ontwikkelde een eetstoornis. Strafte zichzelf als ze at, eerst door zichzelf te snijden, later door vloeibare gootsteenontstopper over haar arm te gooien. ,,Dat deed zeer. En dat gaf een gevoel van controle. Toen mijn ouders erachter kwamen dat ik dat deed werden ze heel kwaad, ik durfde niet met problemen naar ze toe.’’
De enige plek waar ze zich thuis voelde, was op de manege, bij haar eigen paard. En toen ze daar op haar dertiende een veel oudere jongen ontmoette, durfde ze geen nee te zeggen toen hij ‘iets wilde.’ Ze durfde sowieso geen nee te zeggen. Het was een volstrekt eenzame, uitzichtloze tijd. Op haar vijftiende slikte ze een heleboel aspirientjes achter elkaar. Ze ging niet dood. Ze werd alleen heel misselijk. ,,Wacht maar tot je vader straks thuiskomt’’, zei haar moeder. En haar vader zei: ,,Wil je dood? Ga maar naar de keuken. Daar liggen de messen en de pillen.’’
En nu, negen jaar en tien zelfmoordpogingen later, schrijft Chantal over haar leven op de website Decreased Innocence (Afgenomen onschuld) van de in Zuidhorn wonende Gabriëlle Jansen.
Deze website is gewijd aan CPTSS; een complexe vorm van traumatische stressstoornis. Ook Jansen werd gepest op school en kreeg te maken met seksueel misbruik in haar jeugd. Ze voelt zich een soldaat in een oorlogsgebied waar ze niet uit kan vluchten, een oorlog die zich vroeger bij haar thuis afspeelde, gepleegd door daders van wie ze ook hield.
Het was Gabriëlle Jansen die zes jaar geleden de diagnose CPTSS kreeg, en het was alsof alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Ze heeft het tot haar missie gemaakt om de aandoening op de kaart te krijgen.

INGEBAKKEN PROBLEMEN

Want dat is wat een complex trauma met een mens kan doen: het is een opeenstapeling van problemen die vaak niet onder woorden te brengen zijn, omdat ze in de vroege jeugd hebben plaatsgevonden en als het ware zijn ‘ingebakken.’ Gabriëlle Jansen: ,,Je overleeft een oorlog weliswaar, maar de traumatische ervaringen blijven aanwezig, diep weggedoken in je geest en lichaam.’’
CPTSS komt voor bij mensen met een zwaargetroebleerde jeugd. Jonge oorlogsvluchtelingen, kindsoldaten, kinderen die thuis seksueel werden misbruikt, lichamelijk of geestelijk mishandeld, verwaarloosd of een combinatie daarvan. Deze kinderen kunnen in hun volwassen leven kampen met de ernstige gevolgen: ze ‘dissociëren’, dat wil zeggen dat bepaalde gedachten, gevoelens en herinneringen buiten het bewustzijn geplaatst worden. De trauma’s uit de kindertijd zitten in een geheime la en een knappe hulpverlener die ze daar weer uit krijgt.

Wat als de stress niet stopt?
Mensen met CPTSS hebben vaak last van een laag zelfbeeld, kunnen slecht relaties aangaan, ondervinden problemen met concentratie en de regulatie van hun emoties.
,,Je ziet het vaak bij mensen die heel lang gepest zijn in hun jeugd’’, zegt psychiatrisch wijkverpleegkundige Gerard Lohuis, die tijdens zijn jarenlange loopbaan in de openbare geestelijke gezondheidszorg van de stad Groningen geregeld mensen met een complex trauma trof. ,,Het gaat dan om langdurig aanhoudend trauma dat in hun persoonlijkheid is verankerd, mensen zijn voortdurend in conflict met de buitenwereld omdat ze op hun hoede zijn en nemen hun wantrouwen onbewust mee in hun bestaan.’’

DIEP VERBORGEN

,,Het is een serieuze stoornis’’, zegt ook psychosociaal therapeut Sypke Visser, die in zijn praktijk voor integratieve psychotherapie in Smilde mensen met het klachtenbeeld CPTSS ziet. ,,En het zit vaak diep verborgen. Het gaat niet alleen om mensen die zijn misbruikt, maar het treft ook degenen die een ogenschijnlijk goede opvoeding hebben gehad, maar sociaal-emotioneel tekort zijn gekomen; kinderen die niet gezien werden, geen ouder hadden die liefdevol naar ze keek, en eenmaal volwassen kampen met een leegte in hun zelfgevoel dat ze niet kunnen snappen. Het gaat om een structureel gemis aan een veilig en geborgen gevoel in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Als je bent getraumatiseerd, leef je in een toestand van chronische overprikkeling in een onbegrijpbare werkelijkheid. CPTSS kan tot suïcide leiden.’’
In zijn praktijk krijgt hij wel 70-jarigen met CPTSS. De stoornis treft vaak kinderen van ouders die zelf psychische problemen hebben, de zogeheten KOPP-kinderen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen), of kinderen van ouders met een verslavingsprobleem. In 2017 becijferde het Trimbosinstituut dat Nederland meer dan een half miljoen kinderen tussen de 0 en 18 jaar met een dergelijke achtergrond telt. ,Visser: ,Volwassenen dragen dit in zich. Zelfs na het overlijden van hun ouders merken de kinderen dat ze nog steeds met de brokstukken uit hun jeugd zitten.’’
CPTSS wordt ook wel chronische PTSS genoemd. Want de behandeling is, de naam zegt het al, complex.
De behandelrichtlijnen voor complexe PTSS wijken af van die voor PTSS. Waar de laatste stoornis behandeld kan worden met EMDR, de ‘kliktherapie’ die een enkelvoudig trauma vaak na een paar behandelingen kan wegnemen, moeten patiënten die leiden aan CPTSS eerst stabiel genoeg zijn om hun trauma’s onder ogen te zien. ,,Het is te vergelijken met een moeras van waaruit je een pad moet vinden’’, zegt Visser. ,,Je moet eerst voldoende plek hebben om te staan. Een gevoel van veiligheid is daarbij cruciaal.’’
CPTSS is niet als afgebakende classificatie opgenomen in het Diagnostic and Statistical manual of mental disorders (DSM), het handboek dat beschrijft wat een psychiatrische stoornis is en wat niet. Dit leidt ertoe dat patiënten met CPTSS de ene losstaande diagnose na de andere krijgen. Zo kan het gebeuren dat de ene therapeut een ‘emotieregulatieprobleem’ signaleert en de volgende een borderlinepersoonlijkheidsstoornis constateert. ,,CPTSS heeft geen naam en is in een categorie gezet waar het het meest op lijkt’’, zegt Visser. ,, Ter vergelijking: als jouw auto om onduidelijke redenen kapot is, en je gaat naar een garage en iemand vervangt één onderdeel, wil dat toch niet zeggen dat je auto dan weer goed rijdt?’’

TAMBOERIJN

Voor Gabriëlle Jansen is het een van de redenen om CPTSS onder de aandacht te brengen. Want de ontoereikende definitie in het handboek staat een adequate behandeling in de weg, stelt ze.
,,Bij de GGZ zeggen ze dan eerlijk dat ze geen behandeling kunnen geven, want een traumabehandeling moet afgestemd worden op de persoon zelf en daar is geen tijd voor. Dus moet je dan op zoek naar een vrijgevestigde behandelaar. Maar zo’n behandeling duurt lang en is duur, de zorgverzekeraars vergoeden het niet, dus hoe financier je dat dan?’’
Haar strijd kan rekenen op de sympathie van Lohuis. ,,Ik vind het goed dat Gabriëlle aan de bel trekt. Bij hulpverleners mag er wel wat meer aandacht komen voor CPTSS.’’
Met die aandacht komt het wel goed. Videomaker Rianne Aalbers uit Groningen heeft onlangs een documentaire over Gabriëlle Jansen gemaakt, die op nog onbekende datum zal worden vertoond.
En Chantal?
Laatst had ze een terugval. ,,Toen zag ik iemand die als twee druppels water leek op de jongen die me als kind heeft misbruikt.’’ Automutileren doet ze nog steeds. ,,Dat voelt als een verslaving.’’
Ze studeert verpleegkunde. Het pesten stopte na het eerste jaar MBO. Ze heeft nu vrienden en vriendinnen die, net als zij, weten wat het is om een buitenbeentje te zijn. Ze vond een therapeut die haar serieus neemt en naar haar luistert. ,,Ik heb er nog geen vertrouwen in dat het sombere gevoel ooit over zal gaan, ik zoek mijn heil niet in een eenmalige behandeling, ik probeer te begrijpen wie ik ben en waarom ik ben wie ik ben. En soms zit ik met mijn poezen op schoot, of rijd ik paard. En dan heb ik zomaar een geluksmoment.’’

Informatie: www.decreasedinnocence.nl